Kenmerken hoogbegaafdheid

ALGEMEEN

Er zijn op internet allerlei overzichten te vinden met kenmerken van hoogbegaafdheid.

Los van academische hoogbegaafdheid (een IQ van 130 of hoger) komt er steeds meer aandacht voor de andere kenmerken van hoogbegaafdheid. En dat is maar goed ook!

Niet ieder hoogbegaafd  kind zal op een IQ-test 130+ scoren. Dit betekent niet dat het kind geen hoogbegaafde capaciteiten heeft. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een kind niet naar verwachting scoort op een dergelijke test:  bijvoorbeeld omdat het kind slecht in zijn vel zit, het niet goed geslapen heeft, er geen klik is met de tester, degene die de test afneemt te weinig kennis heeft van hoogbegaafdheid of het kind faalangstig is. 

Een IQ-test is een momentopname en het is in sommige gevallen mogelijk dat een kind ¨per ongeluk¨ lager heeft gescoord dan zijn of haar werkelijke capaciteiten.

Om een kind te zien voor wie hij of zij is, is het ontzettend belangrijk oog te hebben voor de andere mogelijke kenmerken van hoogbegaafdheid.

KENMERKEN

Hieronder vind je de meest voorkomende kenmerken van hoogbegaafde personen (meeste van de hoogbegaafde personen laat deze kenmerken de meeste tijd zien), gebaseerd op literatuur van James T. Webb en Tijl Koenderink. Het is hierbij belangrijk op te merken dat dit interpretaties van gedrag zijn, die niet objectief te meten zijn:

  • Ongebruikelijk grote woordenschat en complexe zinsstructuren voor de leeftijd. Verbaal sterk
  • Groter begrip van nuances binnen de taal
  • Langere aandachtsspanne; doorzettingsvermogen (bij interesse en/of uitdaging!)
  • Werkt zelfstandig en laat zich niet snel van de wijs brengen
  • Intens en sensitief (gevoelig voor aanraking, geluid, visuele prikkels, reacties van anderen)
  • Breed scala aan interesses. Een grote nieuwsgierigheid en veel vragen stellen (soms ook juist hyperfocus op 1 onderwerp)
  • Interesse om te experimenteren en dingen anders te doen. 
  • Kritisch en soms moeite met autoriteit; behoefte aan autonomie
  • Divergent denken en de neiging hebben om ideeën of andere zaken aan elkaar te koppelen op een ongewone, niet voor de hand liggende en creatieve manier. Legt makkelijk verbanden.
  • In staat zijn om basisvaardigheden sneller aan te leren en met minder oefening. Snel van begrip
  • Groot gevoel voor rechtvaardigheid
  • In staat zijn om veel informatie te onthouden, een ongewoon goed geheugen
  • Ongewoon gevoel voor humor
  • Denkt origineel en diep na. Soms worden hierdoor voor de hand liggende antwoorden niet gevonden/begrepen 
  • Neiging tot perfectionisme (soms doorschietend naar faalangst)
  • Asynchroniteit (grote variatie binnen de eigen vaardigheden, maar ook met hun omgeving)

Naast de lijstjes met kenmerken zijn er in de loop der tijd, heel wat verschillende modellen ontwikkeld die een schematische weergave van de definitie van hoogbegaafdheid willen geven. Ik zal er hieronder twee uitlichten, maar er zijn er zoals gezegd heel veel meer!

DELPHI-MODEL

Een, wat mij betreft, helder model van hoogbegaafdheid, dat ook aandacht heeft voor andere factoren die van invloed zijn, is het  Delphi-model

De hieruit voortvloeiende definitie is:

“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.”. 

ZIJNSLUIK

Een ander model dat ook veel oog heeft voor de zijnskenmerken van personen met kenmerken van hoogbegaafdheid is het zijnsluik-model van Tessa Kieboom. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het denken en het voelen. Het voelen wordt dan getypeerd naar diverse zijnskenmerken: perfectionisme, het hanteren van een hoge lat, het hebben van een groot rechtvaardigheidsgevoel en kritische ingesteldheid.

DABROWSKI – OVEREXCITABLITIES

Naast bovenstaande modellen is het werk van de Poolse psycholoog Kasimierz Dabrowski (1902-1980) van groot belang geweest voor de bredere kijk op hoogbegaafdheid. Hij heeft zich onder andere gericht op de zogenaamde ¨overexcitabilities¨ , de overprikkelbaarheden of superstimuleerbaarheid van hoogbegaafde mensen. De theorie is vervolgens meer uitgewerkt door Piechowski en Cunningham.

 De overexcitabilities kunnen zich uiten op vijf gebieden:

  • Intellectuele overprikkelbaarheid (nieuwsgierigheid, (indringende) vragen stellen, probleemoplossend vermogen, introspectie, onafhankelijk, theoretisch denken, leerhonger)
  • Verbeeldende overprikkeling (fantasiespel, rijke verbeelding, dagdromen, dramatische perceptie, gebruik van metaforen in taalgebruik)
  • Emotionele overprikkelbaarheid (extreme, complexe emoties en intense gevoelens, compassie, empathie, reageren sterk op de omgeving om hen heen)
  • Psychomotorische overprikkelbaarheid (actief, energiek, houden van bewegen, snel praten, uitbundig enthousiasme, impulsief, niet stil zitten)
  • Zintuiglijke overprikkelbaarheid (zintuiglijke aspecten veel intenser dan voor anderen, gevoelig voor stofjes/labeltjes/ of structuur/geur van bepaald voedsel of geurtjes in de omgeving, geluiden of licht overweldigend ervaren).

Superstimuleerbaarheid of overprikkelbaarheid houdt dus in dat men meer en diepere prikkels ervaart op één of meerdere van bovengenoemde gebieden. Het gaat om de intensere beleving van prikkels op dit specifieke gebied. 

Overigens kan deze intensere prikkelverwerking gemakkelijk gezien worden als horend bij een stoornis zoals bijvoorbeeld ADHD. Niet zelden wordt een kind doorgestuurd voor bijvoorbeeld een ADHD-onderzoek, waarna vervolgens blijkt dat er sprake is van hoogbegaafdheid en dat de fysieke onrust veroorzaakt wordt door de begaafdheid in plaats van ADHD. 

Overigens is het tegenovergestelde ook waar: bij een kind dat verscheidene kenmerken vertoond van hoogbegaafdheid, maar waarbij geen hoge IQ-score wordt gemeten, kan sprake zijn van een andere oorzaak dan hoogbegaafdheid. Onder andere langdurige stress (door bijvoorbeeld ene ontwikkelingstrauma), autisme en adhd kunnen een zelfde soort gedrag laten zien als bij kenmerken van hoogbegaafdheid.

Het wordt dan een ingewikkelde zoektocht naar de oorzaak van de kenmerken of de ervaren problemen. Het belangrijkste is dat er uiteindelijk bepaald wordt welke leer- en ontwikkelbehoeften een kind heeft.

LABELEN

Bovendien is het gevaar van het gebruik van lijstjes of modellen is dat niet iedereen zal passen binnen deze typeringen. Er is een enorme grote verscheidenheid tussen mensen en dus ook tussen hoogbegaafde mensen. Het gaat hierbij altijd om een veralgemenisering, maar de modellen en lijstjes kunnen wel helpen om alert te zijn en op zoek te gaan naar wat er speelt bij een kind en verder te kijken dan alleen het schoolse presteren of een IQ-score.

Het is zeker niet noodzakelijk om een etiket te plakken op alles wat buiten de norm valt. Toch kan het soms helpend zijn wanneer er bij ouders, school, of het kind zelf onbegrip of een verkeerd beeld is ontstaan met betrekking tot de capaciteiten of de eigenaardigheden van het kind. Om van daaruit en binnen dit bredere perspectief het kind te laten groeien.

INTENSITEIT BEGRIJPEN

Voor mij is ¨intensiteit¨ het sleutelwoord als we het hebben over personen met kenmerken van hoogbegaafdheid: zij leven, denken, voelen en uiten zich intens. Dat is niet altijd makkelijk te duiden of te begrijpen.

Juist hier liggen mijn talent en mogelijkheden om je kind of jullie als ouders te begeleiden en te ondersteunen.

Binnen de begeleiding streef ik ernaar om je kind zichzelf, vanuit eigenheid en autonomie, te (her)vinden. Om zich vervolgens met de juiste handvatten (verder) te kunnen ontwikkelen tot een evenwichtig persoon die ook kan functioneren binnen een omgeving die misschien niet altijd passend is of waar het niet altijd begrepen wordt. 

Scroll naar boven
Bel mij